|

De iris weerspiegelt de conditie van de organen. Elk orgaan heeft een eigen plaats in de iris.
Als iriscopist kijk ik naar het verloop van de lijnen (radiairen) en tekens in het oog zoals de vlekjes, openingen of verklevingen die te zien zijn in de iris. Daardoor kan ik zien hoe een orgaan functioneert en voor welke klachten er een zekere aanleg is. Hieraan zijn de elementen, water, vuur, lucht en aarde gekoppeld.
Door de bepaling met iriscopie van de constitutie en de tekens in de iris is o.a. te zien of je analytisch, emotioneel of beweeglijk bent ingesteld. Ook hoe je reageert op de omgeving, en of je creatief, wispelturig of ongeduldig bent.
Het eerste boek over iriscopie verscheen in 1881 geschreven door de Hongaarse arts Ignaz Péczely. Hij ontwikkelde als eerste een topografische kaart van de iris. De Zweed N.Liljequist schreef het eerst over de kleurveranderingen van de iris in 1897. De verdere ontwikkeling van irisdiagnose vond voornamelijk in Duitsland plaats door o.a. Schnabel, Madaus, Deck, Broy en Angerer.
Met iriscopie kan ik mijn therapie op het individu afstemmen.

>> terug naar boven
|