|

De fytotherapie zoals die in West Europa wordt gebruikt, baseert zich op de traditionele vier-elementenleer en de humoraalpathologie van Hippocrates die vier lichaamssappen onderscheidde: bloed (sang), slijm (flegma), lichte gal (chol) en donkere gal (melanchol). De sappen worden geassocieerd met de vier temperamenten, sanguinisch, flematisch, cholerisch en melancholisch. Deze zijn weer gekoppeld aan de elementen: lucht, water, vuur en aarde. Wanneer één van de lichaamssappen dominant is dan is er sprake van dyscrasie. Is het lichaam gezond, dan zal er een evenwicht ontstaan tussen de verschillende sappen en temperamenten.

Ik ben van mening dat Europese kruiden het best
passen bij de karakteristieke historische structuur
van de mensen die in Europa leven. Elk gebied over
de wereld heeft zijn unieke eigenschappen,
fenomenen. Een land als Nederland is een waterland
dat is ook te zien aan de klachten die er in ons land
zijn. Vanuit de humoraalpathologie zie je dan ook
veel flegmatische klachten, de planten die hierop
een werking hebben zijn dan ook goed in ons land te
vinden.
De kruiden worden als thee en als kruidendruppels gebruikt. Door naar de uitstraling van het kruid te kijken alsmede naar de inhoudsstoffen en de temperamenten, wordt de combinatie van kruiden die nodig zijn individueel bepaald.
>> terug naar boven
|